Scroll to Discover
back to top

Ik zit midden de stukken van het marketingplan voor komend jaar als er een skype gesprek oppopt. “Thee?” Staat er. Ik laat hem even. De klok geeft nog geen 10 uur aan. De duivel. Ik zit al een aantal uur op kantoor dus opzich kan ik wel een pauze gebruiken en dat weet hij. Altijd als hij er is, is de focus ver te zoeken. Maar vandaag ga ik sterk zijn. Ik kan best zijn verleiding weerstaan en hij kan op z’n minst nog een uurtje wachten. 

“Hard to get?” Zegt de skype pop-up nu, gevolgd door een lachende duivel emoticon. Jezus! Wat denkt die gast wel niet? Dat ik de hele dag desperate zit te wachten op zijn aandacht. Is het ooit in hem opgekomen dat ik gewoon een leven heb. Man wat irritant! Denkt ‘ie dat ‘ie god in levende lijve is? Voor straf negeer ik hem 5 minuten. 

Ik kijk nog eens op de klok. Voor mijn gevoel is er minstens een half uur voorbij. Ha! Dat zal hem leren en ik voel dat er een grijns op m’n gezicht verschijnt. 10 uur! Serieus?! Ik zucht.  

De volgende pop-up: een kusmondje, waterdruppels, een perzik. 

Mijn lichaam zindert. Deze man. Hoe walgelijk ook, hij heeft me in zijn macht. Hij weet precies wat m’n zwakke plekken zijn. Hij weet precies op welke knoppen hij moet drukken. 

Ik denk terug aan die eerste goddelijke keer. Cliché oh cliché, het was de avond van de kerstborrel van kantoor. Op de dansvloer hadden zich een groepje stagiaires gevormd. Ze haalden alles uit de kast met hun wulpse heup bewegingen terwijl ze foutloos Ariana Grande lipsyncten. Op amper 2 meter afstand hadden de salesmannen zich verzameld wild gorillamoves makend. Het was een klassiek toneelspel van gierende jonge vrouwenhormonen versus testosteron. In een hoekje zaten dronken data-scientists, de wizzkids zoals ik ze noem, te filosoferen over het kip ei verhaal.

Wij stonden aan de bar. Biertje in de hand, grappen makende over het schouwspel dat zich voor onze neus voltrok. Voor deze borrel was er enkel en alleen zakelijk contact tussen ons geweest. Ik als marketingmanager van de hippe app start-up waar we werkten en hij als grafisch vormgever. Standaardcontact over op te maken advertenties en whitepapers. Onze blikken vonden elkaar toen de barman ons vertelde dat het bier niet koud stond. De you-only-had-one-job blik. Of het goed was dat we begonnen met wijn, dat had namelijk al wel lang genoeg koud gelegen. Bier zou daarna wel komen beloofde hij. Iedere ervaren drinker, ja daar schaar ik mezelf onder en hij kennelijk ook, weet dat bier na wijn venijn geeft. Geërgerd hadden we gereageerd dat cola prima was en over een half uur wel terug zouden komen.

Een paar uur later hadden we elkaar helemaal gevonden in dezelfde vieze foute humor en niet veel later daarna lokten we elkaar uit de tent met schunnige grappen en aanrakingen op net niet veilige plekken. Zijn hand schampte ‘per ongeluk’ mijn billen, ik liet mijn borsten een beetje tegen zijn arm aankomen als ik me omdraaide om een drankje te bestellen. Het was gevaarlijk, iedereen kon ons zien.

Het was niet alleen gevaarlijk omdat we collega’s waren, hij had een vriendin en ik een leidinggevende functie. Maar toch gingen we steeds verder met aanraken. Ik had mijn hand op zijn rechterbil gelegd en voelde letterlijk de stoom er vanaf komen.

Ik keek opzij en keek hem aan in zijn lichtblauwe kraaloogjes. Eigenlijk weet ik niet precies wat hem aantrekkelijk maakt. Hij is net 10 centimeter kleiner, heeft een kale kop en een roodbruine baard waar hij zich heel stoer over voelt. Hij onderbrak mijn staarmoment met de mededeling dat hij zijn laatste trein moest halen en anders zou hij ergens anders moeten overnachten. Half 11 was het. Niet het tijdstip voor laatste treinen. Maar ik snapte zijn hint. Ik had hem aangekeken en gezegd dat mijn laatste trein om 1 uur zou gaan maar dat ik het zou begrijpen als hij een beautyslaapje nodig had. We hadden onze glazen achterover geslagen en zo snel doch onopvallend als we konden het pand verlaten richting mijn Haarlemse loft.

Nu zijn we twee maanden en ontelbare geile stiekeme ontmoetingen verder. Thuis werken heeft een hele andere betekenis gekregen. Gelukkig is er nooit een centimeter van mij die ook maar neigde richting verliefdheid. Hij is een klojo. Zo een waarvan je op 5 kilometer afstand al ruikt dat het foute boel is. Tussen onze dampende bedrijven door is hij verloofd en stapt over een maand in het liefdesbootje met zijn mokkaprinsesje. 

We lagen in bed, badend in het zweet, net klaargekomen, tikkeltje aangeschoten toen zijn telefoon ging. Zijn vriendin was ziedend. Meneer had een skypegesprek open laten staan op de computer thuis. Niet dat we daar ons expliciet uitlieten over onze “situatie” maar, elke blinde kon zien dat het niet alleen zakelijk was tussen ons. Hij had opgenomen en haar verteld dat ze zich niet zo druk moest maken. Dat hij niet als haar ex was en dat ze waanbeelden had. Zodra hij had opgehangen had ik hem het bed uitgetrapt. Dat hij vreemd ging is één, maar je vriendin een minderwaardigheidscomplex aanpraten gaat ook voor mij heel erg te ver. 

Als ik er zo aan terugdenk voel ik de woede nog opborrelen. Woest begin ik te typen. Dit moet stoppen. 

 “Luister, hoe fijn onze ontmoetingen ook waren, we moeten ermee kappen. Dat we tot nu toe niet gesnapt zijn is een godswonder. Dat risico wil ik niet lopen. Het is het beste als jij je op je aanstaande bruid focust.” 

P. Is aan het typen 

“Ok”. En hij is offline.

Post a Comment