Scroll to Discover
back to top

De nacht was heel gewoon, een nacht als duizend anderen. Ik had met Lara om 20:00 bij Brinkmann Cafe afgesproken. Een theetje drinken, bijkletsen en op tijd naar bed. We troffen “ons” tafeltje nog vrij aan. Bij het grote raam zodat we mensen konden spotten en lekker dichtbij de verwarming. Die hadden we nodig ook, april doet wat ‘ie wil en april wilde voorlopig nog geen lente vieren. Thomas, zegt het iets als je de barman bij naam kent…, kwam al met twee verse muntthee naar ons toe en na 5 minuten bijkletsen zei hij: “Ik werk tot sluit, zie ik jullie daarna aan de overkant?”. Een vette knipoog volgde. Aan de overkant zit Club Chi. Zijn we ook vaste klant. “Nee we doen alleen een theetje en dan gaan we op tijd weer weg” antwoord Laar kordaat. “Haha, ok ik spreek jullie later!” En hij liep weg. Verontwaardigd keken Lara en ik elkaar aan en uiteindelijk schoten we in de lach.

“Ze kennen ons gewoon beter dan wijzelf” proest ze het uit.

We wisten allebei wat voor avond het zou gaan worden. Zo’n avond waarop je heel veel bekenden tegenkomt en compleet de tijd vergeet. De groep waarmee je uitgaat wordt op natuurlijke wijze groter en groter. De drankjes zijn niet aan te slepen, de dj draait zn allerlekkerste nummertjes, betekenisvolle blikken worden uitgewisseld en een adrenaline/oestrogenenmix giert door onze jonge vrouwenlichamen. Kortom: alle ingrediënten voor een geslaagde avond! 

Hoe het precies ging is niet helemaal meer duidelijk. Van de Chi zijn we naar de Poco Loco, berucht in de regio, gegaan. Rond een uur of half 5 rollen we naar buiten. M’n hakken onder mn armen en nog een glas in mn hand. De kleerkast voor de deur trekt me aan mn kraag weer naar binnen. “Waar gaat dat naartoe moppie?”. Hij wijst naar het glas. “Ow sowwwly hol” mompel ik en ik zet het glas aan mn mond. In een teug giet ik de inhoud naar binnen. Mijn maag maakt een driedubbele salto. Gadverdamme, wat zat daar in? Echt jezus. Tijd om erover na te denken krijg ik niet. Ik voel de hand van de kleerkast in mn rug. “En een goedemorgen, moppie”. 

Ik strompel naar buiten en kan nog net mijn evenwicht bewaren. “Moppie? Ik ben je moppie niet randebiel!”. Maar de deur was al dicht. 

Eenmaal buiten stort ik op het randje van het raamkozijn. De meeste feestgangers, waaronder ook onze eigen freunden hadden het hazenpad gekozen. Alleen Maarten van de Chi stond nog wanhopig te proberen een sigaretje aan te steken. Ik observeer hem: zijn lange rechte lijf, het nonchelante golvende modelloze haar, zijn mysterieuze glimlach. Vind ik hem knap? Geen idee, zo heb ik hem nog nooit bekeken. Hij is zo vol van zichzelf. En dat vind ik meestal niet opwindend. Ineens kijkt hij mij recht in mijn ogen aan. Alsof hij al die tijd al door had dat ik naar hem keek. Zijn ogen doorboren me, hij kijkt… lustig. 

Ik buig naar voren en doe een poging de riempjes van mn hakken om mn enkels te binden en doe alsof ik niet door heb dat Maarten naast me komt zitten. Tevergeefs, de riempjes lijken een brei spaghetti geworden, onmogelijk om dat nog vast te krijgen. 
En dan hoor ik “GELUIDEN”. Deze stemmen ken ik! 
Lara had de potige armen van Carlos, collega van Maarten, weer gevonden. Ik moest lachen, lekker ‘even een theetje doen’. Het verbaast me niet eens meer. Ze doen het al maanden met elkaar en gaan af en toe op date. Maar een knoop doorhakken? Dat durven ze niet. 


Maarten kijkt me verbaasd aan. “Waarom lach je?” We hebben nooit echt veel gekletst met elkaar. Wat vreemd is want we bevinden ons vaak in dezelfde positie. Hij wachtend op Carlos, ik op Lara. Wanneer leer ik het dat fietsen aan elkaar op slot zetten alleen werkt voor bruggers. 
“Om die twee… Dit is toch hartstikke aan?” antwoord ik giechelend. 

Hij buigt naar me toe, ik naar hem en daar ontmoet zijn tong de mijne. Damn, hij is goed. Sterk, maar de mijne volgend. Gelukkig was het hem niet gelukt zijn sigaret aan te krijgen… 
Na een stevige tongworstelpartij houden ook de geluiden uit de steeg op. Gniffelend komen ze naar ons gelopen. Wat er gaat gebeuren die nacht is duidelijk…
“Zullen we onze fiets pakken?”, zegt Lara opgewekt. 

“Uhm, ik geloof niet dat ik die nodig heb” mompel ik. Maarten woont in de stad volgens mij. 
“Ik ook niet”. En we gieren het uit. We besluiten ze wel uit elkaar te halen zodat we kunnen gaan en staan waar we willen. 
Ik volg Maarten naar zijn huis. We lopen door de Koningsstraat, slaan af bij de Gedempte Oude Gracht. Hij staat stil bij de halte van de Zuidtangent. Huh?. 
“Waar woon je eigenlijk?”. 
“In Hoofddorp”. 
“Huh”. 

Het wordt steeds drukker bij de halte. Dronken halve zolen verzamelen zich om ons heen terwijl steeds nuchterder wordt. Is dit wel zo’n goed idee? Ik bedoel je kent hem niet eens zo goed. En hij woont ook nog eens ver weg. Dat wordt morgen vet gedoe om thuis te komen. Dan komt de bus, Maarten pakt mijn hand en sleurt me de bus in. Oké, er is geen weg meer terug. 

De bus stopt bij halte Overbos. Maarten staat op, pakt mijn hand en we lopen naar buiten. Tijdens de rit hebben we nauwelijks met elkaar gesproken of elkaar aangekeken. Ik geloof dat ik zelfs eventjes in slaap gevallen ben. Awkward much? 

Hand in hand vervolgen we zwijgend ons nachtelijk avontuur de veel te burgerlijke woonwijk in. Dit zijn helemaal geen huizen die barmannen kunnen betalen valt me op. Er staan grote gezinsauto’s in de parkeerhavens geparkeerd, dakkapellen en zonnepanelen pronken op de daken en hier en daar staat een ooievaar in de tuin. Ineens stopt ie en loopt ie een voortuin in. Hij graait een bos sleutels uit z’n zak en doet de deur open. Eenmaal binnen spreken sierlijke letters “ Home is where the heart is “ op de muur me toe.

Ik kijk hem aan.
“Ja ehhh” stamelt hij. 
Ik vraag maar niet verder. Mn libido is op het vliegtuig naar IJsland vertrokken. Het liefst draai ik me om. Wegwezen nu.

Maarten pakt m’n hand en gaat me voor de trap op. We eindigen op zolder. Ik kijk om me heen en zie een soort mini vrijgezellenflat. Nepplanten, zwarte leren stoel, grote flessen drank en een tweepersoonsbed met zwarte lakens. Wat is er dan op die andere etages vraag ik me af. Hij geeft me een zetje het bed op. 

“Eindelijk”. En hij komt hijgend tegen me aangekropen.
Na wat voel en friemel werk doet ie z’n boxer uit. Ik heb mijn broek nog aan en lig in m’n beha. Hoe denkt hij dat ie hem er al in kan stoppen? 
“Huh, maar mijn broek is nog aan…”. Verbaasd kijk ik hem aan. Dan draait ‘ie zich om en gaat op zijn handen en voeten voor me zitten.



Post a Comment