Scroll to Discover
back to top

Ding dong. “Beste reizigers, de intercity richting Amsterdam Centraal van 12 uur kan door een storing niet rijden. De volgende intercity vertrekt om half 1.” 

Om me heen zie ik mensen zuchtend wilde gebaren maken. De een na de ander pakt zijn telefoon om door te geven dat ze later thuis zijn. Of, om te vragen of ze opgehaald kunnen worden omdat hun laatste reismogelijkheid zojuist is vervallen. Ik kan me er niet druk om maken om eerlijk te zijn. Ik voel me verlamd. Wat maakt mij het nou uit dat de trein niet rijdt en of ik nog thuis kom. Mijn gezicht is nat. Waarschijnlijk van de tranen maar het valt niet op omdat de eerste herfststorm van het jaar over het land trekt. Takken slaan tegen de glazen wand van de net vernieuwde stationshal van Almere Centrum en een gure wind zorgt voor een instant coupe windhoos. Het maakt de toch al niet vriendelijke stad nog unheimlicher. Ik pak tegen beter weten in mijn telefoon uit m’n jaszak. 0 gemiste oproepen, 0 appjes en zelfs 0 nieuwe likes op insta. 

Ik zucht en kan een nieuwe huilbui niet onderdrukken. Niemand die het merkt en niemand die het iets interesseert. 

Eerder vanavond was ik nog zo opgetogen toen de trein Almere Centrum in reed. Ik ken Martijn al sinds mijn 16e, van een camping bij Spa in de Ardennen. Maar pas sinds een jaar of 2 is de vlam in de pan geslagen. Na onze kreeg ik al snel vaste verkering met een dorpsgenoot. In die tijd heeft Martijn nog best lang achter me aangezeten, tevergeefs. Desondanks hebben we altijd contact gehouden tot ook hij aan de verkering raakte. Op haar verzoek hadden we geen contact meer, iets wat ik altijd onbegrijpelijk  heb gevonden. Waarom kunnen mannen en vrouwen geen vrienden zijn zonder bijbedoelingen?

Toen zijn verkering de benen nam, was de mijne ook al overgewaaid. We pakten onze vriendschap weer op. Scharrels hadden we zo nu en dan allebei maar we waren vastbesloten dat niemand tussen onze vriendschap mocht komen. Terwijl zijn moeder ernstig ziek werd en hij geen van z’n andere vrienden nog sprak was ik degene waarbij hij uit kwam huilen. En toen zij uiteindelijk stierf, stond ik naast hem aan het graf. De depressie die volgde had hij niet overleefd zonder mijn toewijding en trouw. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken. We deelden ziel en zaligheid terwijl we volwassen werden. Het maakte ons hechter. Erg verrassend was het dan ook niet dat we na een avondje doorzakken bij elkaar in bed belandden. Een dronken actie hield ik mezelf voor maar ook op lichamelijk vlak was de klik gigantisch. Zo lekker en verslavend. Hij raakte me aan op plekken waarvan mijn vorige bedpartners het bestaan niet eens vanaf wisten.

Er kwamen de onvermijdelijke vlinders bij kijken en die groeiden uit tot gevoelens en binnen no time was ik ervan overtuigd dat onze liefde was voorbestemd. We deden van die typische stellendingen; gingen vaak uit naar de bioscoop of cocktailbar en sloten die avonden af in zijn huis. We hadden diepgaande gesprekken tijdens lange strandwandelingen. Vorig jaar hebben we zelfs een uitstapje gedaan naar Parijs met romantische diners aan de Seine. Daar stond ik dan onder de Eiffeltoren, te hopen op vaste verkering met mijn zielsverwant.

Nu, anderhalf jaar verder, weet ik dat er honderden alarmsignalen zijn geweest maar ik heb ze allemaal genegeerd. Als ik na de seks overging op knuffelen en liefkozen draaide hij zich gewoon om. Als ik spontaan voor de deur stond in niets minder dan een lingerie setje onder mijn lange trenchcoat zei hij doodleuk dat ik na een uur naar huis moest omdat hij morgen een belangrijke meeting had. Als ik een gesprek begon over ons wist hij heel gemakkelijk te switchen naar andere gespreksstof.

Vriendinnen snapten onze band niet. “Die vent gebruikt je gewoon.”. “Hij denkt alleen maar met z’n piemel”. “Maar we hebben niet alleen seks, ook een gewoon goede gesprekken en veel lol”. Ik hoor het mezelf nog zo vol overtuiging zeggen. Veel lol. Ja.

“Martijn, ik trek dit niet langer. Ik weet dat je het heel druk hebt op werk en met je hoofd ergens anders zit. Dus, sorry dat ik er nu mee kom. Maar ik kan het niet langer voor me houden. Ik moet eerlijk zijn tegenover jou maar vooral tegenover mezelf.”

We liggen in zijn bed, bij te komen van een stevige pot overweldigende seks. Ik ga in kleermakerszit naast hem zitten.  Als ik hem aankijk durf ik bijna niet meer. Zijn ogen schreeuwen: hou je bek! En snel! Maar ik kan het niet langer voor me houden. Het moet eruit. 

“Ik vind je meer dan leuk en denk dat ik zelfs van je begin te houden. Niet alleen vriendschappelijk. Meer dan dat. Meer dan Friends with Benefits.” 

Stilte. Ik kijk hem aan en zie dezelfde blik in zijn ogen als voordat ik mijn gevoelens voor hem had uitgesproken. Is het woede? Is het onmacht? Onbegrip? Ik kan er geen vat op krijgen. Ik dacht dat ik hem goed kende, zo goed dat ik alles van hem wist. Alle blikken wist te duiden. Maar deze is onbekend en wakkert de onrust in mij aan. 
Dan begint ‘ie te mompelen: “hier hebben we het toch al zo vaak over gehad?”. 
Tsjak. Dolk. Recht in m’n hart. Ik voel de afstand tussen ons groter worden. Alles wat ik onderdrukt hebt te voelen afgelopen maanden komt er nu vlijmscherp uit. 
Hij vervolgt zijn verhaal:”ik begrijp gewoon niet waarom je het zo moeilijk moet maken”.
“Moeilijk moet maken?”. Ik herhaal zijn woorden alsof ze nieuw voor me zijn. 
“Ja, hier hebben we het toch al over gehad”. Geërgerd gaat hij ook overeind zitten.  
“Klopt, we hebben het hier over gehad. Ik denk alleen niet dat ik het moeilijk maak. Je kan niet ontkennen dat we hechter worden. Als een stel bijna. We zien elkaar 3 keer per week, hebben goede diepgaande gesprekken, en de seks….. Moet ik het echt uitleggen? Jij voelt de klik toch ook? Hoezo duurt het nu anders al anderhalf jaar?!”. 
Hoe erg hij z’n best ook doet om zijn ongenoegen te onderdrukken, het lukt hem amper. Alsof hij van me walgt.
“Ik voel dat niet zo. Je bent een goede vriendin van me en de seks is fantastisch maar meer dan dat gaat het niet worden.”

Tsjak, tsjak, tsjak. Alsof ik onverdoofd wordt opengereten. Mes scherpe pijn schiet door mijn lichaam. Ik voel me hart bonzen. M’n hoofd tolt alsof ik in een teug een fles wodka naar binnen heb geklotst. Zo misselijk voel ik me ook. Anderhalf jaar lang heb ik alles gegeven. Alles om hem maar te laten zien dat we voorbestemd zijn. Gevoelens weggedrukt om niets te forceren. Het komt er allemaal in een keer uit. De pijn van afwijzing is ondraaglijk. Ik kan het niet. Ik kan hier niet blijven. Ik moet weg. Half 12, fok dat wordt haasten voor de trein. Met een beetje geluk red ik die van 12 uur. Ik spring op en pak m’n kleren bij elkaar. In de verte hoor ik Martijn zeggen dat ik me niet zo aan moet stellen en best nog kan blijven slapen om elkaar te troosten. Hoewel zijn stem hard en duidelijk is, ik hoor het amper. Mijn hoofd bonkt en oren suizen. Met m’n kleren half aan ga ik de trap af om te rest te zoeken. Ik kijk om me heen in de steriele design woonkamer. Snel gris ik m’n tas van tafel en begeef me naar de deur.

BAM. Eenmaal de deur achter me dichtgeslagen krijg ik weer een beetje lucht. Weg hier. 

Post a Comment